Wat mijn cactus me leerde over veranderen
Nieuwe aarde
Deze zomer gaf ik mijn cactus nieuwe, verse aarde. Ik dacht dat ik hem daarmee goed deed. Zijn oude aarde was uitgeput, de nieuwe was rijker, luchtiger, precies wat een groeiende plant nodig heeft. Op zijn minst, dat dacht ik.
Een paar weken later zag ik dat hij uitgedroogd was. Ik had hem evenveel water gegeven als voordien, evenveel aandacht, evenveel zorg. Toch stond hij er slapper bij dan ooit.
Pas achteraf begreep ik wat er gebeurd was. Diezelfde hoeveelheid water die in zijn oude aarde precies goed was, was in de nieuwe aarde helemaal niet meer juist. De nieuwe grond hield het vocht op een andere manier vast dan de oude. Hij had niet meer of minder water nodig, hij had een ander ritme nodig, en dat wist ik niet.
Ik heb hem uiteindelijk moeten weggooien. Niet omdat ik te weinig zorgde, maar omdat ik de verkeerde zorg gaf voor wie hij op dat moment was geworden.
Ik betrap mezelf erop dat ik hetzelfde patroon ook bij mezelf herken.
Na een verandering, een nieuwe job, een nieuw ritme, een nieuwe fase, blijf ik soms gewoon doen wat vroeger werkte. Ik geef mezelf dezelfde hoeveelheid rust, dezelfde grenzen, dezelfde aandacht als voordien, in de veronderstelling dat dat nog steeds klopt. En soms merk ik pas veel later dat het niet meer werkt, niet omdat ik te weinig voor mezelf zorg, maar omdat ik nog zorg op de oude manier geef.
De verandering zelf was bij mijn cactus niet de storing. Wat erna kwam, vroeg gewoon iets anders van mij, en dat is precies waar het vaak misgaat: niet in de sprong zelf, maar in wat je daarna nog moet leren over jezelf, of over die plant.
Ik denk dat dat ook iets is om mee te nemen naar elke verandering die je zelf doormaakt. Niet de vraag of je genoeg zorg geeft, maar of je nog de juiste zorg geeft voor wie je nu bent.
Wil je zulke inzichten niet missen? Volg me op Instagram en schrijf je in op mijn nieuwsbrief, dan deel ik ze rechtstreeks met jou.
© Loes Casteleyn


